Oogstbericht 3!

Oogstbericht 3!

Door Lidewij van Wilgen | 4 oktober 2016

Een glanzende, opvallend schone Range Rover rijdt het terrein op. Daarin een wat ouder Zweeds koppel, zij in een licht gebloemd zomerjurkje en hij welja, in een lichtbeige linnen kostuum met een Panama-hoed. Hun vrienden in de auto die even later volgt zijn even stralend fris en boven alles SCHOON.

Ik loop op ze af in een met wijnvlekken besmeurde spijkerbroek, een even goor t-shirt en ooit-dure wandelschoenen waarvan je nu niet meer kunt zien welke kleur ze ooit zijn geweest.

Misschien is dat wat me het meest stoort naarmate de oogst langer duurt:

Ik wordt een steeds armoedigere verschijning. Over mijn handen hoef ik het niet eens te hebben; zwarte randen rond mijn nagelriemen die ik met geen mogelijkheid meer wegkrijg, -mijn handpalmen een permanente kleur lie-de-vin. Soms probeer ik plastic handschoenen te dragen aan de sorteertafel, maar binnen tien minuten steken mijn vingers daar doorheen. En uiteindelijk wil je de druiven toch ook aan kunnen raken.

Erger zijn alle beschadigingen die ik standaard oploop in de kelder. Normaal heeft alles een vaste plek, kan ik ook in het donker mijn weg vinden. Maar om ieder interessant perceeltje apart te kunnen vinifiëren heb ik alle kleine tanks die ik kon vinden op iedere vrije plek in de kelder gezet. Aan het einde van een delestage loop ik even snel naar een pomp – knal – mijn scheenbeen tegen de handel van een tank die daar normaal inderdaad niet staat. Bloed tot in mijn schoen, maar goed, met de drie blauwe plekken ernaast kon ik toch al even geen rokje meer aan. Ik heb blaren op mijn handen van het pigeren en van het aankoppelen van slangen, een onduidelijke schaaf op mijn arm – zo langzamerhand begin ik Middeleeuws-rustieke proporties aan te nemen.

Onze werkdagen zijn ook nogal Middeleeuws. Om de druiven zo fris mogelijk binnen te kunnen halen, beginnen we iedere oogstdag om zes uur, terwijl Jean-François en ik vaak pas om acht uur klaar zijn in de kelder. Eten, nog een klein plukje avond en dan naar bed - het society-gehalte van mijn leven is nogal laag op dit moment …

Daar komt een man in een camouflage-broek het terrein op. Monsieur Loubet, de voorzitter van de maar liefst 130 jagers uit ons dorp. ‘Weet u wel dat u de enige uit de verre omgeving bent die nog niet klaar is met oogsten?’ vraagt hij. Ik voel zijn vraag al aankomen. Wettelijk mag de jacht pas geopend worden als de oogst voorbij is. De kaarten liggen dus in mijn hand. Officieel mag ik, de Nederlandse, bepalen of alle mannen van het dorp mogen jagen of niet.

Ik denk aan de oude mannetjes uit het dorp die staan te popelen om hun jaarlijkse patrijs te mogen schieten – natuurlijk ga ik ze niet tegenhouden. We spreken af dat hij de jacht het komende weekend mag openen. Maar op zeven en acht oktober houdt hij iedereen binnen- dan ga ik mijn laatste druiven binnen halen.

Die avond maak ik een rondje door de Mouvèdre die nog buiten is. Nog steeds geen fantastische dégrée, maar wel al een stuk beter dan een week geleden. Ik denk aan de informatie van Monsieur Loubet: iedereen is al lang klaar met oogsten maar klaagt ondertussen ook dat niets goed rijp was.

Ik ben opeens wel trots dat ik blijkbaar de enige was die geduld heeft gehad – het was slopend, maar echt alles in de kelder lijkt veelbelovend dit jaar.

Bekijk en lees hier de andere drie blogs van Lidewij:
Vandaag op Mas des Dames (blog 1)
Halverwege de oogst (blog 2)
Epiloog (blog 4)