Epiloog

Epiloog

Door Lidewij van Wilgen | 7 oktober 2016

Woensdagochtend, de dag van de jagers, wordt ik zoals iedere dag in deze periode, oogst of niet, braaf om 05.30 wakker. En zoals iedere dag grijp ik meteen naar mijn telefoon om het weerbericht te bekijken. Maar wat is dit ?? In plaats van de gebruikelijke zonnetjes die gisteren nog te zien waren staan er nu opeens bliksemschichten en regen morgen. Wat is dat voor geknutsel als ik lekker lig te slapen?

Zoals gewoonlijk betekent dat maar één ding: na een regendag kun je drie dagen niet oogsten. En nu ik de oogst zo ver heb gerekt zal het nog meer inhouden: onvermijdelijke rot.

Er is dus maar één oplossing: meteen vandaag oogsten, jagers of niet. Zodra Jean-François om half acht op zijn werk komt leg ik hem het probleem voor. 'Ja, ik had gisteravond al gezien dat we noodweer zouden krijgen', zucht hij. 'Dus dan wist je dat we vandaag moesten oogsten', zeg ik 'waarom overleg je dan niet even? Gisteravond had ik iedereen makkelijk kunnen bereiken'.

'Oui, mais c'est vous la patronne' zegt hij - de uitdrukking die er ooit voor zal zorgen dat ik zijn tanden eruit sla. Overleg? Meedenken? Why should he.

Zonder verder iets te zeggen loop ik naar mijn bureau en begin te bellen. Géraldine en Véronique nemen meteen op en zijn beschikbaar, maar iedereen onder de dertig ligt ongetwijfeld in diepe slaap met een uitgeschakelde telefoon. Behalve Amine, die -uiteraard, jachtdag- ergens in een ver bos op dieren aan het schieten is. Ik begin in mijn oude oogstboekje te bladeren, bel oude nummers, mensen die blij verrast zijn maar die inmiddels een baan hebben of een baby. Eén meisje kan haar jongere zus sturen, mijn werkster een neefje. Dan begin ik Cave Coopératives te bellen met de vraag of er geen advertenties hangen van mensen die willen oogsten. Op die manier vind ik Christophe, een oudere man op een motor die bereid is meteen te komen.

Om tien uur heb ik een compleet team - compleet omdat ook mijn werkster Marjorie en ikzelf meeplukken. We beginnen in de Mouvèdre achter het huis, die tergend langzaam rijp is geworden maar nu toch tot een acceptabele 12,5° is gekomen en een mooie zuurgraad heeft. Ik wil deze ochtend eerst een pers vullen voor de rosé en de rest van het perceel daarna als rode wijn vinifiëren. Terwijl op de achtergrond doffe geweerschoten klinken gaan we het perceel in. Naarmate we vorderen in de rij komen de knallen steeds dichterbij. We zien nu ook een oranje petje bij de boomgrens - een eerste jachthond breekt door de rij en begint blaffend om ons heen te rennen. Ik spring op - ik ben de langste maar ook de patronne en kan toch niet zo maar mijn plukkers neer laten halen. Ik roep en zwaai met mijn armen om de aandacht te krijgen van het dichtstbijzijnde oranje petje. De man draait zich om - ik herken een oude wijnboer waar ik het goed mee kan vinden. 'Ik weet dat het jullie dag is, maar morgen regent het!', roep ik. 'Ah oui, mais bien sur, bien sur, on s'en va ...' verontschuldigt hij zich. 'Wil je niet komen helpen plukken' roept Véronique nog, maar hij is al weg. Als we aan het einde van het perceel komen, het meest arme gedeelte, zie ik dat de druiven steeds kleiner worden. Dat gaat veel te veel kleur geven aan mijn rosé - de pulp is wit maar de rode schil geeft de kleur. Dit zijn alleen maar schillen ...

'We maken deze rij af en dan gaan we allemaal naar het perceel bij de kelder' roep ik. Ik weet dat ik daar drie rijen met mooie dikke trossen heb, precies wat ik nodig heb om de pers te completeren. De plukkers lopen zonder discussie met kisten en emmers achter me aan, maar Jean-François is in blinde paniek. Hij houdt van routine, van regelmaat en helemaal niet van intuïtieve zoektochten naar perfectie ... Maar hij is wel consequent. C'est Lidewij la patronne .... dus mopperig rijdt hij maar achter de groep aan.

Het eerste sap uit de pers is mooi rozerood en gaat zo de gekoelde tank in. Aan het einde van het programma echter lijkt het of er een Beaujolais uit de pers stroomt. Dit sap hou ik even apart in de bak onder de pers, ik spuit er een laag gas overheen tegen oxydatie. Ik sluit de pomp en slangen nu aan op de betonnen tank waarin ik de rood ga maken. Het allereerste sap is zo lichtrood dat ik het aan de rosé toevoeg. Het donkere sap uit de bak onder de pers gaat nu naar diezelfde betonnen tank om rode wijn te worden - en voilà. Geen standaardprocedure, dus gelukkig dat Jean-François in de wijngaard is. Ik heb nu drie verschillende rosés in verschillende fases van fermentatie. Uiteindelijk zal ik daarvan de nieuwe rosé 2016 samenstellen en ook de houtgerijpte Diva-Rosé...

Het perceel Mouvèdre is nu bijna binnen. De 12.5° die voor de rosé nog wel kon is echter te miezerig voor een rode wijn. Ik heb daarom een half perceel Syrah apart gehouden dat door de ligging aan een beekje veel later rijp werd dan het bovenste, armere deel van het perceel. Maar door te moeten wachten op de Mouvèdre heb ik het wel erg lang laten hangen. Sommige trossen in het vochtigste deel zijn begonnen te rotten - de andere trossen zijn nog wel goed, maar niet meer optimaal stevig. Eén regenbuitje en er zou niets van over zijn geweest. Ik haal nu echter een flinke lading goede druiven binnen waar na de passage op de sorteertafel eigenlijk niets meer op aan te merken is. Het gemiddelde in de tank is nu bijna 13,5°, ik ben tevreden.

Als de plukkers vanaf het veld terugrijden toetert iedereen alsof het een bruiloft is - sommige hebben druivenranken uit hun raam hangen.

Ja, dit was het. Alle druiven van 2016 zijn binnen. Nu mag het regenen, hagelen zelfs - we hebben wat we willen !

Als ik thuiskom heeft Olivier een bad voor me laten vollopen. Nog even en ik ben nog schoon ook. Schoon genoeg om jullie straks weer te ontmoeten tijdens de Open Flessen Dagen.

Bekijk en lees hier de andere drie blogs van Lidewij:
Vandaag op Mas des Dames (blog 1)
Halverwege de oogst (blog 2)
Oogstbericht 3! (blog 3)