Voorverkoop Italië

Voorverkoop Italië

Door Xavier Kat | 16 juli 2015

Geen land ter wereld heeft zo’n grote variatie aan druivensoorten, wijnstijlen en wijnregio’s. Bovendien is in al deze regio’s de kwaliteit de laatste jaren in rap tempo gestegen. Toch komen de echte grote rode wijnen vooral uit Noord en Centraal Italië en meer specifiek uit Piemonte (Barolo, Barbaresco) en Toscane (Brunello, Vino Nobile, Chianti Classico). Voor de grote witte wijnen moeten we vooral in het noordoosten zijn, zoals in Friuli! In al deze belangrijke streken werkt Okhuysen samen met één of meerdere icoondomeinen. Wij presenteren u onze vijf meest prestigieuze Italiaanse partners, stuk voor stuk behorend tot het beste wat wijnland Italië te bieden heeft!

Friuli Venezia-Giulia

Hoewel Italië toch vooral beroemd is om zijn rode wijnen worden - met name in het noordoosten van het land - ook beeldschone witte wijnen gemaakt. Met name het gebied Friuli Venezia Giulia blinkt hier in uit. Het gebied is aan de noordkant begrensd door de Dolomieten, Slovenië en de Adriatische Zee. Het bestaat uit de subgebieden Colli Orientali, Collio (Goriziano) en het vlakke Friuli Isonzo. De Colli Orientali is een wat koeler gebied met een meer uitgesproken landklimaat, terwijl Collio wat meer beïnvloed wordt door de Adriatische Zee. De grond bevat hier veel kalk- en zandsteen. De wijnen uit dit gebied worden gekenmerkt door zuiverheid, spanning en aromatische frisheid.

Barolo & Barbaresco

De wereldberoemde herkomstgebieden Barolo en Barbaresco maken beide onderdeel uit van het Langhe-gebied, het culinaire hart van Piemonte vol prachtige wijndorpen, waar de weidse, vlakke Po rivier plotseling verdwijnt in een heuvelachtig landschap. De hoofdstad van de regio is Alba, centrum van de truffelhandel. Vanuit Alba rijd je eenvoudig de schitterende, met wijngaarden bedekte heuvels in. De nebbiolodruif is zowel in Barolo als Barbaresco de grote ster. Nergens doet deze druif het zo goed als op de kalkrijke kleigronden op de heuvels van de rechteroever van de Tanaro-rivier. De nebbiolo is, net als de pinot noir in de Bourgogne, zeer gevoelig voor het terroir. Dit brengt met zich mee dat iedere wijngaard hier zijn eigen expressie en nuances bezit, waar zijn reputatie weer mee samenhangt. De nebbiolo staat bekend om zijn krachtige tanninen, die tijd vragen om wat zachter en vriendelijker te worden. Perfecte rijpheid bij het oogsten is voor deze druif dan ook van essentieel belang. De krachtige en intense wijnen uit Barolo staan het hoogst in aanzien, al winnen de net wat elegantere wijnen uit Barbaresco de laatste jaren aan populariteit.

Chianti Classico

Voor veel mensen is het centrale deel van Italië synoniem aan de schoonheden die dit land te bieden heeft. Hier liggen steden als Florence, Rome en Perúgia en de typische glooiende, met cipressen gesierde heuvellandschappen van Toscane en Umbrië. In het noordelijk deel van Centraal Italië, op de heuvels tussen Florence en Sienna, liggen de wijngaarden van het oorspronkelijk Chiantigebied, tegenwoordig Chianti Classico geheten. Het gebied is later verder uitgebreid via de subzones Rufina, Colli Senesi, Colli Fiorentini, Colline Pisane, Colli Aretini en Montalbano. De beste wijnen komen echter uit het Classicogebied, waar de regelgeving het strengst is. De dominante en stijlbepalende druif hier is de sangiovese. Andere druiven die tezamen tot een maximum van 20% in de assemblage gebruikt mogen worden, zijn de autochtone canaiolo en de internationale merlot en cabernet sauvignon. Sangiovese is een laatrijpende druif met een relatief hoge zuurgraad. Volledige rijpheid is ook hier van groot belang, hetgeen niet altijd makkelijk is in de hoger gelegen wijngaarden (tot 500 meter) en de vaak natte herfst. Met alle nieuwe wijngaardtechnieken lukt dit veel boeren steeds frequenter en beter, wat resulteert in een hogere en meer homogene kwaliteit.

Montepulciano

Ten oosten van Montalcino ligt het bekende gebied van Vino Nobile di Montepulciano. Montepulciano is een beeldschoon stadje gelegen op de top van de heuvel. De gebruikte druif is hier de prugnolo gentile, een lokale kloon van de sangiovese. Vino Nobile moet voor minimaal zeventig procent bestaan uit deze druif, aangevuld met andere lokale druiven, of bijvoorbeeld merlot en/of cabernet sauvignon. In vergelijking met Montalcino is het hier iets minder droog, liggen de wijngaarden wat lager en bestaat de bodem wat meer uit zand. Dit resulteert in wat zachtere, toegankelijkere wijnen, die jong al heerlijk drinkbaar zijn.

Montalcino

In een tamelijk recent verleden, tot in de zeventiger jaren van de vorige eeuw, had vrijwel niemand nog van het kleine Montalcino gehoord en was het gebied in het zuidwesten van Toscane arm en onbekend. De lokale bevolking realiseerde zich echter dat het klimaat hier gelijkmatiger, warmer en droger was dan in bijvoorbeeld Chianti en dat hun Montalcino door het gebergte in het zuiden bovendien beschermd werd tegen zomerstormen. Een andere troef in het gebied is de vulkanische bodem, Trachite genaamd, die zeer geschikt is voor wijnbouw. Het was Clemente Santi (Biondi Santi), grondlegger van de Brunello di Montalcino, die de streek uit de anonimiteit haalde en liet zien dat de sangiovese (grosso) hier uitzonderlijke bewaarwijnen kon voortbrengen. Brunellowijnen ondergaan een lange houtopvoeding van minimaal twee jaar, gevolgd door een rijping op fles.