De kelder van Frans v. Deursen

De kelder van Frans v. Deursen

Door Xavier Kat | 4 september 2020

Tekstschrijver, zanger, acteur, vertaler, theatermaker, stem. Debuteerde als 12-jarige op het toneel en brak door als acteur in de televisieserie in de Vlaamsche pot.

Het is prettig praten met Frans van Deursen, niet in de laatste plaats vanwege zijn warme, aangename stem. Die stem is niet voor niets heel belangrijk voor hem. Daar verdient hij zijn brood mee. Wat ik met mijn neus doe, doet Frans met zijn stem. Natuurlijk praten we vooral over wijn. Daar draait dit interview tenslotte om: om de kelder van Frans. Het is dan ook een tikkie teleurstellend om erachter te komen dat hij helemaal geen kelder heeft. Hij is meer het type dat altijd voldoende flessen in huis wil hebben en weer bestelt als het op dreigt te raken. En dan niet telkens dezelfde flessen, want er is te veel lekkers om nog te ontdekken.

Wijnkenner is hij zeker niet. Liefhebber wel. Ervaringsdeskundig zeker ook, want zijn kennismaking met wijn kwam al op jonge leeftijd en sindsdien is er wijn in zijn leven gebleven. Wijn is een inspirerende drank. Bier is dat veel minder. Al is hij wel net begonnen om zelf bier te brouwen. Dat kwam omdat hij iets met gist wilde doen en dat kwam weer door Joël Broekaert die een tv-programma maakte over de bijzondere werking van gist. En met gist had hij al iets, want op een regenachtige dag in San Francisco was hij eens naar een broodmuseum geweest van de oudste bakker van de stad, waar de bakkersvrouw ooit tijdens een van de vele aardbevingen die de stad hebben getroffen naar binnen was gerend om eerst het moedergist te redden en vervolgens pas haar kinderen. Zo bijzonder was dat gist dus en daar wilde Frans hoognodig iets mee doen. Bier brouwen werd het. Zijn stout was perfect gelukt. “Het geheim van het maken, is dat je geduld moet hebben.”

Maar wijn kwam dus vroeg in zijn leven. Frans weet het nog precies. Thuis werd er in het Amsterdamse gezin geen wijn gedronken.Dat was in de zestiger jaren nog helemaal geen ding. Zijn moeder dronk heus af en toe een sherry’tje en later ook een glas rosé uit een kartonnen pak, maar daar bleef het wel bij. Nee, met wijn kwam hij in aanraking toen hij pas net op de middelbare school zat en bevriend raakte met de zoon van een kapper en een vrouw die in de schoonheidssalon van de kapsalon werkte. Als hij daar op zaterdag bleef eten,

dan kwam de tafel vol te staan met bourgondisch eten. Frans: “Ik mocht dan af en toe ook aanschuiven en dan ging er goede wijn open. Vader was niet kinderachtig. Die zei altijd: goede wijn is voor niemand slecht. Dus dronken we vrolijk mee. Daar heb ik voor het eerst wijn gedronken en direct ook goede wijn. Franse wijn. Natuurlijk Frans. Hij had ook een gulle hand van schenken. Na een paar flessen begon de vader ook Franse chansons te zingen, die ik dus ook leerde kennen.”

“Later ben ik me door deze eerste kennismaking ook echt meer in wijn gaan verdiepen. Al is verdiepen een groot woord. Ben ik liefhebber geworden, kan ik beter zeggen. Ik zie mezelf als een instinctieve drinker. Ik ontdek graag nieuwe soorten, nieuwe flessen. Die proefpakketten van jullie vind ik daarom echt fantastisch. Van de lekkere dingen koop ik dan wat meer. Ik heb altijd wel een flesje of 24 op voorraad. Als er gasten komen moet er wel wat lekkers te drinken zijn, en voor mezelf… Voor een regenachtige zondagmiddag, of een koude winteravond of een zonnige zomerochtend. Hahaha.”

Je moet wel scherp blijven
Het begin van de coronatijd was voor Frans een moment om even wat minder te drinken en gezonder te leven. Maar ook nu, nu hij volop bezig is met een nieuwe productie en de dagen lang zijn en de nachten kort, drinkt hij minder. “Scherp blijven staat nu even voorop! Je moet bovendien die lever af en toe rust gunnen. Maar wijn blijft natuurlijk een fantastisch bijzonder en inspirerend product. In mijn huidige programma zit ook een nummer over wijn: Wijn van harde grond. De voorstelling beschrijft het verloop van een liefde. Over een stel dat elkaar ontmoet en ongelooflijk verliefd wordt en voor altijd bij elkaar wil blijven, maar dan gaan we in de voorstelling langzaam naar het bittere einde toe… Oude stokken, oude zakken, schrale bodem, pover jaar, zie de zure ranken botten op een uitgedroogd terroir. De beeldspraak die in wijn zo aanwezig is, nodigt uit om hem te gebruiken in liederen. Het is ook een poëtische drank, toch? Wijn is rondborstig en warm en dat roept allerlei associaties op.”

Frans geniet van toneel, waar de kijker zijn of haar eigen fantasie op los kan laten. Stukken waarbij niet alles van minuut tot minuut wordt voorgekauwd. Het verschil tussen een boek en een film. Bij wijn is dat ook zo. “Iedereen beleeft de fles op zijn eigen manier. Daarom neem ik in een restaurant ook niet graag een wijnarrangement. Dat vind ik te veel geregisseerd. Dan wordt me te veel verteld wat ik allemaal moet proeven.”

“Zelf heb ik trouwens een voorkeur voor frisse witte wijnen. Ik ben erg van de Nieuw-Zeelanders. Een goede sauvignon vind ik fijn, maar ook jullie wijnen uit Rueda, en de laatste tijd zit ik erg op de rieslings uit Duitsland. Vroeger was ik meer van de zware wijnen. Een stevige medoc, chardonnays, dat soort wijnen. Dat heb ik niet meer. Misschien word ik ouder. Doe ik wat rustiger aan. Alhoewel je me wel altijd wakker kunt maken voor een mooie donkere Italiaan. Als ik rood drink, is het tegenwoordig meestal Italiaans. Ik ken mijn huidige vriendin nu vijf jaar. De eerste wijn die wij samen in bed nuttigden was een amarone, die van Palazzo Maffei. Daar heb ik meteen goede sier mee gemaakt. Dat heeft ze later nog wel eens verteld. Toen had een vriendin van haar, die sommelier is, gevraagd: “En wat schonk ie dan? Amarone? Oh nou, dan zit je goed!”

“In de loop der tijd ben ik me wel wat meer in wijn gaan verdiepen. Dan hield ik in een schriftje de wijnen bij die ik lekker vond en daar zocht ik dan ook dingen over op. En ik begon tijdens mijn reizen bij wijndomeinen langs te gaan. Dat is ook een hele leuke manier om een land of een streek te ontdekken. Maar verder deed ik geen cursussen of zo. Zo is het met veel dingen in mijn leven. Ik raak heel veel zaken aan. En ik wil van heel veel dingen weten. En op een goed moment denk ik: dit is de functie van het ding en dat is te gek. In dit geval wijn, dat is heerlijk. Dat moet je drinken. En door. Wat ik wel heel bijzonder begon te vinden, is het echt ontdekken wat je met een wijn allemaal kan doen tijdens een mooi diner en wat er dan allemaal gebeurt. Ik herinner me nog goed een diner bij Robert Kranenborg in Vossius. De allereerste keer dat ik daar at, kregen we bij de kabeljauw een bijna zwarte rode wijn. Ik denk een cahors. Als je die alleen dronk dacht je bah! Niet fijn. Maar in combinatie met het gerecht, ging de hemel open. Zo’n sensatie! Echt een geweldige avond! Na afloop schreef ik in het gastenboek: Ik heb in de hemel gegeten. God was niet thuis, maar zijn kok gelukkig wel!”
In oktober gaat Frans van Deursen weer het theater in, want zo zegt hij: “Het is met theater net als met wijn: we kunnen niet zonder.”